Van IT-systemen naar
menselijke systemen
28 jaar bouwde ik systemen. Servers, API's, Docker, automatisering. Als iets niet werkte, vond ik het probleem en loste ik het op. Dat was mijn identiteit: de man die fixt.
Maar ergens halverwege begon ik te merken dat ik één systeem niet kon fixen. Mezelf. Niet omdat ik kapot was — maar omdat ik dezelfde fout maakte die ik bij elk slecht systeem zag: ik keek alleen naar de output, nooit naar het onderliggende proces.
Ik functioneerde. Ik leverde. Maar ik voelde niks. En het grappige is: ik had niet eens door dat ik niks voelde. Want als je al jaren op standbij staat, voelt standbij als normaal.
Eén minuut bewust ademen liet me meer voelen dan 28 jaar nadenken. Geen theorie. Geen woo-woo. Gewoon fysiologie die me liet zien wat ik al jaren negeerde.
Tegenwoordig, als iets me raakt — kritiek, een opmerking, een blik — dan vraag ik niet meer hoe ik eronderuit kom. Ik vraag: waarom raakt dit me? En wat zegt het over mij dat deze persoon dit in mij spiegelt?
Dat is wat ik mijn cliënten leer. Niet ademhalingsoefeningen. Niet spierkracht. Maar het vermogen om niet meer weg te lopen voor wat je voelt.